Gister kreeg ik onderstaand e-mailbericht:

Beste Raymond,

Ik heb je e-mailadres gekregen van mijn collega (naam)  van (internationale IT-dienstverlener). Hij heeft in oktober vorig jaar in Ede een sessie van jou gevolgd met als onderwerp ‘Veilig omgaan met Social Media’. Hij is daar erg enthousiast over en daarom wil ik graag weten of je beschikbaar bent om de presentatie te houden op de Roadshows van een van onze afdelingen.

Tot nu toe klinkt het prima; ik denk even terug aan het verhaal dat ik vorig hield voor een groep it’ers die met veiligheid belast waren en herinner me inderdaad een prima bijeenkomst met positief-kritische vragen. Ik lees verder: Lees verder ‘UPDATE – Geen budget’


Veel dingen in het leven draaien om communicatie. Om het vermogen om dingen duidelijk te kunnen maken aan een ander. Veel moeilijker hoef je het niet te maken. Kan wel, maar hoeft niet. Als ik in het café een espresso bestel en de serveerster komt uiteindelijk met het gewenste drankje aanzetten (geen koffie verkeerd of cappuccino maar een espresso) dan is mijn doel bereikt. Lees verder ‘Over minachting, de prins en een marketingwebsite’


Al een tijdje zit ik te broeien op een blogpost over Google+. Over de nieuwe mogelijkheden, over de veranderingen, over de beperkingen, over Google, Facebook, Zuckerberg, Larry Page en de rest van de wereldleiders. Al een tijdje probeer ik een mening te vormen over het nieuwe sociale netwerk van het bedrijf dat de naam had niet sociaal te zijn. Al even ben ik bezig mijn gedachten te rangschikken over deze nieuwkomer in de wereld van de sociale media. En dat was niet zo moeilijk. Er werd volop geschreven over Google+ (of GooglePlus of – zelfs dat heb ik gezien – GooglePlus+) en de gepeperde meningen waren niet van de lucht. Ook mijn eigen artikelen over de eerder stuiptrekkingen van Google in de piste van het social-mediacircus heb ik er eens op nagelezen. Want eerder was namelijk de wereld in rep en roep toen Google Wave en later Google Buzz het daglicht zagen.

Inmiddels dringt zich wel de vraag op of alle commotie wel zo terecht is. Natuurlijk is Google+ een fraai platform, met inzichten die nieuw zijn in social media. Toen Google Wave werd ontwikkeld, hebben de technici van ‘s werelds grootste zoekmachine zich de vraag voorgehouden hoe online communicatie eruit zou hebben gezien als ze helemaal opnieuw zouden zijn begonnen, zonder te kijken naar de varianten die er toen al waren. Die gedachte lijkt ook te hebben gespeeld tijdens de ontwikkeling van Google+. De mogelijkheid om in cirkels te denken, waarmee je zelf bepaalt wat je met wie deelt lijkt een voorbeeld van die filosofie te zijn. Tegelijk is deze functie dan ook weer een tekortkoming, want wie zegt mij dat communicatie bij iedereen zo werkt?

Dat een bestaande platform als Facebook een bestaansrecht heeft, staat als een paal boven water. Dat er partijen zijn die proberen een concurrerend product te introduceren is natuurlijk alleen maar goed. De vraag of een Facebook-killer aftrek zal vinden, lijkt echter een heel andere kwestie en uiteindelijk natuurlijk alleen maar te beantwoorden door de gebruikers van sociale media. Die zijn  - heel grofweg – in drie groepen te onderscheiden.

Niet-gebruiker

De eerste soort gebruiker is de niet-gebruiker. Deze kritische, sterk op privacy-gerichte gebruiker social-mediahater is degene die de ontwikkelaars van Google+ sterk gemotiveerd zal hebben. Deze gebruiker, die te pas en te onpas roept niets met sociale media te maken te willen hebben, zorgt ervoor dat een bedrijf als Google hard zal werken aan een platform dat zelfs deze kritikaster tot een sociaal dier zal maken. Deze gebruiker zal Facebook nooit gebruiken en zal maar mondjesmaat met LinkedIn werken.

Huidige gebruiker

De tweede soort gebruiker is de huidige Facebook-gebruiker. Deze gebruiker is zich weliswaar bewust van het gegeven dat hij op zijn privacy moet letten, maar voelt zich op Facebook prima thuis. Hij checkt zo nu en dan zijn privacy-settings en weet wat hij doet. Zijn vrienden op Facebook weet hij goed te bereiken. Google+ zal hij bekijken maar vaststellen dat hij daar (nog) te weinig te zoeken heef. Deze gebruiker was misschien vroeger een Hyver, maar is uiteindelijk overgestapt naar Facebook. Een overstap naar Google+ is niet onmogelijk, maar voorlopig is dat uitgesloten.

Beginner

De derde soort gebruiker is de beginnende social-mediagebruiker. Ik zie die groep nog wel eens, tijdens mijn trainingen. Het zijn ook de lezers van mijn boeken en ik weet met welke vragen zij rondlopen. Het is de groep die moet worden overtuigd van het feit dat je online vrienden maar voor een deel ook je offline vrienden hoeven te zijn. Het is de groep die nog niet weet hoe makkelijk je via sociale media nieuwe mensen leert kennen, of dat nu een privé of een zakelijk doel dient. Dit zijn de mensen die antwoord hebben op de vragen waar ontwikkelaars van social-medianetwerken mee worstelen. Deze mensen kunnen inzicht bieden in dat wat Google zich voorhield toen ze Google Wave ontwikkelde: namelijk de wijze waarop communicatie werkt.

Ik durf het niet met zekerheid te zeggen, maar vermoedelijk is het de eerste groep gebruikers die de dikste vinger in de pap heeft tijdens de ontwikkeling van een nieuw sociaal netwerk. Natuurlijk wil Google niets liever dan degene die hard roept nooit ‘op Facebook’ gaan als gebruiker van Google+ verwelkomen. En dat mag ook, maar het is de vraag of die in wezen commerciële gedachte een goed sociaal netwerk oplevert, is zeer de vraag. Of het betere communicatie oplevert is evenzeer twijfelachtig.

Voor de liefhebber: Ik ben op Google+ te vinden via gplus.to/RaymondJanssen.


Zelden vond je zoveel social mediaprofessionals op één plek. Tijdens Get Social in the Snow kun je ze allemaal raadplegen. Heb je vragen over Twitter, Facebook en welk ander sociaal medium dan ook, tijdens Get Social in the Snow krijg je op elk denkbare vraag een goed antwoord. En dat alles in de unieke omgeving van De Berghut, dé social mediaplek van sfeervol Oostenrijk. Trainers zijn Jeanet Bathoorn, Simone Levie, Matthijs Douwes en Raymond Janssen.

Wat komt er aan de orde
Natuurlijk is er alle aandacht voor Twitter, Facebook en LinkedIn. Maar over deze websites is veel meer te zeggen dan je in eerste instantie denkt. Daarom kun je tijdens Get Social in the Snow tijdens intensieve workshops uitgebreid kennismaken met de mogelijkheden van deze sites. Maar er kan meer. In een dagdeel wordt je verteld hoe je Facebook actief als marketingtool kunt inzetten. Ook het profileren met behulp van social media komt ruimschoots en op verschillende momenten aan de orde.

Aan het einde van deze sneeuwsessie ben je helemaal up-to-date wat betreft social media. Maar er is nog een reden om naar de sneeuw te komen. Tijdens de dagen heb je ook nog eens de mogelijkheid om met de specialisten één-op-één sessies te houden, om jouw specifieke vragen te stellen. Welke zaken zijn juist voor jouw bedrijf belangrijk en hoe kun je die met social media aanpakken? Alle vragen die je hebt, kunnen dan worden beantwoord.

Dus:

  1. interactieve workshop over alle denkbare social mediawebsites
  2. één-op-één sessies voor de vragen over jouw bedrijf
  3. En als dat niet genoeg reden is, natuurlijk gaan we skiën, wandelen in de prachtige omgeving van De Berghut. Als dit niet het nuttige met het aangename combineert?

Dus: schrijf je snel in voor Get Social in the Snow! De eerste inschrijvingen zijn al binnen. Er zijn maximaal 18 bedden beschikbaar.

Praktisch:

  • van 14 t/m 18 december 2011
  • kosten € 750,00 (inclusief volpension en workshops, exclusief reis, kosten voor skipas en btw). Prijs is op basis van indeling in 2-persoonskamer.
  • vliegreis mogelijk op 15 december vanaf Amsterdam naar Innsbruck met Transavia, vervolg met huurauto of trein. Op 14 december vlucht vanaf Düsseldorf naar Salzburg.
  • Schrijf je in via info@zus.je

De hashtag voor dit event wordt #getsnowsocial


Enkele weken geleden haalde hotel-restaurant Manna uit Nijmegen de pers met een opvallende actie. Het bedrijf loofde een doos rosé uit aan studenten die op persoonlijke titel twee verschillende positieve recensies over het bedrijf wilden schrijven op een van de recensiesites van Nederland. Eigenaren Sander Hendrix en Aïda Papilaja stoorden zich aan de negatieve reacties op websites als Iens.nl en besloten daarom over te gaan tot de veelbesproken actie. In een reactie in dagblad De Gelderlander huilden ze krokodillentranen over het gebrek aan respect in de posts op de genoemde sites, terwijl het bedrijf over bezoekers met goede ervaringen niks te klagen heeft. Toch klaagde een van de eigenaren in het regionale dagblad: “Eén negatieve review blijft langer hangen dan vijf positieve.” Daarom bedacht Manna de actie om – en ik citeer weer – aan te tonen “hoe makkelijk het is om te manipuleren op dit soort sites”.

De Nijmeegse horeca-ondernemers slaan met de actie de plank volkomen mis. Niet alleen laten ze zich enorm kennen door enkele negatieve reacties, maar vooral negeren ze de gasten die naar volle tevredenheid hun zaak hebben bezocht. Juist deze mensen zouden de aandacht van de ondernemers moeten krijgen en niet die paar klagers die op Iens.nl hun grieven hebben geuit. Vroeger bleven klaagzangen van ontevreden klanten of gasten binnen de beslotenheid van bijvoorbeeld een verjaardagsfeestje. Toen was er in het geheel geen mogelijkheid om te reageren op ontevreden ervaringen van klanten. Nu die er wel zijn – social media lenen zich prima als monitoringtool – weet de ondernemer het ten minste als er ook wordt gemopperd. Veel belangrijker is echter de mogelijkheid om met de hulp van bijvoorbeeld Twitter of Facebook de tevreden gasten naar voren te schuiven. Hun positieve verhalen over een bedrijf zijn het allerbeste wapen tegen een enkel negatief geluid op een site als Iens.nl. Daarmee kan de horeca-ondernemer zijn gast promoveren tot ambassadeur, die bereid is een goed woordje te doen na afloop van zijn prima dineren of gezellig bedrijf. Dat is geen reclame, maar p.r.; een veel en veel betere manier om te reageren op een enkele wanklank. De rol van social mediawebsites is daarbij onmisbaar. Door via deze sites goed te communiceren met tevreden gasten, kunnen eventuele mopperaars direct van repliek worden gediend. Door uit te gaan van de kracht van het eigen bedrijf, kunnen de meningen over het bedrijf veel beter worden gecontroleerd dan door klakkeloos geschenken uit te delen aan dorstige studenten.

Na vier weken social mediatraining voor horeca-ondernemers weet ik nog beter dan daarvoor dat deze groep met veel passie en enthousiasme zijn werk doet. Natuurlijk willen zij graag gevoed worden door positieve reacties. Met behulp van Twitter, Facebook en – niet te vergeten – Foursquare kunnen zij zich ten volste richten op hun werk. Zuurpruimen kunnen zij daarbij niet gebruiken. Tevreden gasten wel en juist die groep wil heel graag praten over hun positieve ervaringen. Ook via social media.


Deze column verscheen eerder in het Rabobank ledenmagazine Dichterbij

Onlangs werd ik benaderd om voor een groep marketing- en communicatiestudenten een praatje te houden over social media. Toen ik de jonge studente, die me daarvoor uitnodigde opzocht op LinkedIn bleek zij geen zakelijk profiel te hebben op deze onmisbare netwerksite. Op Hyves en Facebook was zij wel te vinden. Een bonte verzameling foto’s bewees dat de jongedame zich tijdens het voorbije WK Voetbal uitermate goed had vermaakt met veel bier en herengezelschap.
De ‘personal branding’ van deze dame deugde niet. Navraag leerde dat zij binnen de studentenvereniging enkele interessante bestuurstaken had, maar daar was online helaas maar weinig van terug te vinden. Opdrachtgevers of werkgevers voor deze mevrouw zouden vermoedelijk snel afhaken, want gelukkig hebben steeds meer ondernemers door dat hun aanwezigheid op websites voor social media onmisbaar is. Iedereen die serieus met zijn werk omgaat, kan niet zonder een LinkedIn-profiel, zoveel is inmiddels wel duidelijk. Veel P&O-medewerkers hechten meer waarde aan een goed en eerlijk profiel, dan aan een cv. De praktijk heeft al aangetoond dat het jokken over bepaalde functies volkomen zinloos is. Vraag een gemiddeld PVV-Kamerlid er maar naar. Een cv kan met de nodige creativiteit nog wel worden ‘opgeleukt’, maar een leugen in een openbaar profiel zal nooit een lange houdbaarheid hebben.
Voor uitingen op websites als Twitter of Facebook geldt hetzelfde. Door eerlijk en authentiek naar buiten te treden, kunt u via sociale media een uitgebalanceerd beeld neerzetten, waar u zowel zakelijke als privé uw voordeel mee kunt doen. Door een netwerk efficiënt in te zetten, wordt zaken doen een stuk makkelijker én aangenamer. Het delen van kennis en expertise is een manier om in contact te komen met mensen die ook iets voor u kunnen betekenen. Daarvoor is niet veel meer nodig, behalve een goede opvatting over wat u via social media wilt communiceren. Vergeet daarbij niet dat social media een ‘zacht’ kanaal is, niet geschikt voor keiharde verkoop. Zolang u zich dat realiseert, zit het met uw ‘personal branding’ wel goed.


Tijdens het succesvolle event Get Social, dat onlangs in Seats2Meet Maarssen werd gehouden ter gelegenheid van het verschijnen van het gelijknamige boek van Jeanet Bathoorn, vond ook een debat plaats over de zin en de onzin over de socialmediacode. Onder leiding van Fatima de Vos spraken onder meer Jeroen Mirck en Jarno Duursma over hun ervaringen met het toestaan of juist verbieden van sociale media tijdens werktijd.

Hoewel de verschillende sprekers allemaal een heel behoorlijk verhaal te vertellen hadden, kwam het gesprek helaas niet tot de kern van de kwestie. Opgemerkt moet ook dat het event in het bijzonder was gericht op beginnende gebruikers van social media. Veel van deze mensen waren juist naar Maarssen gekomen om zich een goed beeld te vormen van waar social media feitelijk om draait en hoe het gebruik ervan eruit zou kunnen zien.

Het gebruik van Twitter en aanverwante diensten gaat namelijk louter en alleen over communicatie. Door de praten over één van deze manieren van communicatie, te weten social media, wordt dit specifieke kanaal gebracht op een aparte positie, eentje waar het naar mijn idee niet thuis hoort. Social media is onderdeel van communicatie, niet meer en niet minder. Een van de aanwezigen noemde de eerder bekend gemaakte verhuizing van NRC Handelsblad van Rotterdan naar Amsterdam. Enkele medewerkers van de krant hadden in de trein uit volle borst over de geheim te blijven verhuizing gepraat, waarna een oplettende treinreiziger het via Twitter bekend maakte. Daarmee is niet zozeer Twitter de schuldige van het voortijdige bekendworden van dit nieuws, maar de medewerker van de krant die zich dacht te kunnen permitteren hierover hardop te kunen praten in de trein.

Daar ligt wat mij betreft dus de essentie. Twitter is niet meer dan communicatie en over de wijze waarop mensen, medewerkers, bedrijven of wie dan ook communiceren worden al jaren afspraken – in het algemeen – gemaakt, zonder onderscheid van de verschillende kanalen. Daarbij komt nog dat termen als ‘gezond verstand’ of ‘fatsoen’ ook met gemak van toepassing kunnen zijn op de relatief nieuwe social media. Door te veronderstellen dat juist over social media aparte afspraken zouden moeten worden gemaakt, wordt de status aparte van social media alleen maar benadrukt, terwijl die dat absoluut niet verdient.

Zolang online hetzelfde gezond verstand en fatsoen wordt gebruikt, kan er niks gebeuren. Als de onlangs ontslagen Drenthse politiefunctionaris zich had afgevraagd of ze haar mening ook hard op straat zou hebben uitgesproken, was ze vermoedelijk nog steeds aan het werk. Het debat tijdens Get Social wierf helaas rond het standpunt dat social media een uitzondering is op andere communicatie. Zolang deze denkfout blijft bestaan, zal er nog heel lang worden gesproken over de zin, maar vooral de onzin van de social mediacode.


Met Spotify wordt cd’s kopen bijna overbodig. De dienst brengt wel heel eenvoudig ontzettend veel muziek binnen handbereik. Gebruikers die kiezen voor de betaalde variant kunnen zo uren – zonder reclame’s – luisteren naar een breed aanbod van muziek. Met afspeellijsten (playlists) hebt u uw favoriete muziek nog beter binnen handbereik. Een aantal lijsten op een rijtje.

Lees het hele artikel op de website van Computer!Totaal.


Foursquare, Gowalla, feest.je en Buzz, het zijn allemaal locatiegebaseerde diensten (geobased location services): diensten waarmee u uw vrienden­ kunt laten weten waar u bent. De populariteit van deze manier van sociale­ communicatie neemt hand over hand toe. Maar welke toepassing kunt u nu het beste gebruiken?

Lees het hele artikel op de website van Computer!Totaal.


De meeste mobiele telefoons zijn voorzien van een standaard-ringtone. Dat is echter helemaal niet nodig. Als u genoeg hebt van de standaardklanken van uw mobieltje, wordt het tijd om een nieuwe ringtone in te stellen. Nog leuker is het om er zelf een te componeren. Maestro, muziek!

Lees het hele artikel op de website van Computer!Totaal.




Follow

Get every new post delivered to your Inbox.